 10 Nov 2004
Van terrorist tot president
Auteur: Sion
Volledige titel: Van terrorist tot president
Uitgever: klup
Samenvatting: De veelbesproken president van de Palestijnse Autoriteit heeft een bewogen carriere achter de rug. Voor sommige een held, voor andere een ordinaire terrorist. Een stukje geschiedenis over Arafat.
Bericht: Mohammed Abdel-Raouf Arafat As Qudwa al-Hussaeini
Geboren op 24 augustus 1929 in Cairo als zoon van een Palestijnse textielhandelaar met een Egyptische achtergrond. Zijn moeder overleed toen Yasir (zoals hij toen werd genoemd)5 jaar oud was. Hij werd weggestuurd om bij een broer van zijn moeder te gaan wonen in Jeruzalem de toenmalige hoofdstad van Palestina, dat destijds onder Brits bestuur viel. Zijn meest levendige herinnering aan die tijd is een overval op het huis van zijn oom door Britse militairen, die na middernacht het huis en de meubels kwamen vernielen. Na vier jaar in Jeruzalem gewoond te hebben haalde zijn vader hem weer terug naar Cairo, waar een oudere zus voor hem zorgde. De verhouding met zijn vader was zeer koel en toen deze in 1952 overleed bezocht Yasser de begrafenis niet. Voor hij 17 jaar was smokkelde hij wapens voor de Palestijnen, die zich tegen het Britse en het Joodse bestuur verzetten. Tijdens de oorlog tussen de Joden en de Arabische staten verliet hij de universiteit Faud I om tegen de Joden te vechten in de Gaza woestijn. De nederlaag tegen de Joden en het uitroepen van de staat Israël lieten hem gedesillusioneerd achter en hij besloot te gaan studeren in Texas. Na lang beraad herpakte hij zichzelf en ging uiteindelijk terug naar de Faud I universiteit in Cairo waar hij in 1956 afstudeerde. Hij kreeg een baan in Egypte bij het Ministerie van Openbare Werken, maar ging naar Koeweit waar hij een aannemersbedrijf oprichtten. Zijn vrije tijd was gewijd aan politieke activiteiten en in 1958 richtte hij en zijn vrienden de Fatah beweging op, een terroristische organisatie die in 1959 geweld tegen de staat Israël begon te proclameren. Tegen het einde van 1964 verliet Arafat Koeweit om zich totaal te kunnen toeleggen op, door Fatah georganiseerde overvallen op Israël. In 1964 werd ook de PLO opgericht, gesponsord door de Arabische Liga, een organisatie die alle Palestijnse organisaties die vochten tegen Israël onder zich verenigde. Na de Zesdaagse Oorlog, waarbij de Arabische staten een smadelijke nederlaag leden, kwam de PLO openlijk naar buiten en manifesteerde zich als een onafhankelijke organisatie, die niet meer door de Arabische staten kon worden bespeeld, maar die een eigen koers ging varen. De zetel van de PLO was gevestigd in Jordanië. In Jordanië ontwikkelde Arafat de PLO tot een staat in een staat, met een eigen militaire macht, die zich niets gelegen liet liggen aan de wat verzoenende houding van de andere Arabische staten en voerde een groot aantal guerrilla overvallen uit op Israël. Koning Hoessein van Jordanië zag zich genoodzaakt om de PLO uit zijn land te verbannen.Arafat probeerde in Libanon eenzelfde organisatie op te bouwen, maar werd door de Israëlische inval in Libanon verdreven en moest zijn plan laten varen. Uiteindelijk vond hij onderdak in Tunesië, waar hij zijn hoofdkwartier vestigde.In de jaren 70 werd zijn rol duidelijk anders en werd hij door de wereld veel meer gezien als een politicus zonder land, die echter nog steeds verbonden was met de terroristische activiteiten uit de jaren 60. 
Tijdens de 80er jaren werd de Westerse steun aan Arafat groter, voornamelijk vanwege een aantal onverstandige beslissingen in de Israëlische politiek en de moordpartijen in de vluchtelingenkampen Sabra en Chatila. Daarnaast leek hij veel meer dan vroeger bereid te praten in plaats van terroristische aanslagen te plegen. In 1988 sprak hij de verzamelde vergadering van de Verenigde Naties toe en verklaarde zich een tegenstander van terrorisme en gaf aan dat hij het recht van alle volken in het Midden Oosten om in vrede te leven erkende. Er trad een verkoeling op in de relatie met het Westen, toen Arafat zich in 1991 solidair verklaarde met Irak en de aanval van de Coalitie veroordeelde.
De Oslo Akkoorden van 1993 vormden de ommekeer in de verhouding tot de Westerse landen, die Arafat nu als een volwaardige gesprekspartner zagen en hem veel meer zien als een pragmatische, gematigde man, die verstandiger politieke beslissingen nam dan zijn Israëlische tegenhangers. Met Amerika als belangrijkste bemiddelaar begonnen Israël en de Palestijnen na de Golfoorlog vredesbesprekingen die moesten leiden tot duurzame vrede in het Midden-Oosten. Het eerste resultaat was de Declaration of Principles, bezegeld met de historische handdruk van Arafat en de later vermoorde Israëlische premier Yitzhak Rabin. Het leverde Arafat, Rabin en minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres in 1994 de Nobelprijs voor de vrede op. Die afspraken zijn later uitgewerkt in vervolgakkoorden, maar de Palestijnen hadden nog altijd niet wat ze wilden: een eigen staat. Ongetwijfeld werd de uitvoering van de afspraken vertraagd door de moord op Rabin in 1995. Er bleven echter gerede twijfels over de rol die Arafat speelde binnen de interne Palestijnse politieke verhoudingen en zijn manier van omgaan met zijn Palestijnse politieke tegenstanders.In het 2001 verslechteren zijn positie en zijn populariteit binnen de Palestijnse bevolking ernstig. Er waren andere, meer radicale groeperingen, die veel actiever waren in hun terrorisme t.o.v. Israël. Daarnaast leken deze radicale groepen veel meer de stem van het volk te vertegenwoordigen dan Arafat. Er waren duidelijke aanwijzingen dat Arafat veel sympathie had voor deze groeperingen en ze genoeg ruimte liet om terroristische aanvallen op Israël uit te voeren. Israël beschuldigde hem ervan, aan de ene kant te praten over vrede maar tegelijk radicale groepen te ondersteunen in hun acties tegen Israël, om zo zijn eigen macht in stand te houden. De rol van Arafat leek ver te zijn uitgespeeld. In 2001 vernederde Ariel Sharon Arafat door hem huisarrest op te leggen. Arafat zat van december 2001 tot april 2002 vast in Ramallah. Deze Israëlische zet gaf Arafat zijn kracht terug, omdat het hele Palestijnse volk zich achter Arafat schaarde en hem, ondanks nog in leven de status van martelaar gaf. Na april 2002 bleef het Israëlische leger zijn greep op Ramallah in stand houden, zodat Arafat, ondanks dat het huisarrest was opgeheven, geen kant op kon en voor een eventuele verplaatsing toestemming aan de Israëlische regering moest vragen. Deze situatie duurde tot 29 oktober toen Arafat toestemming kreeg om zich te laten behandelen in het Militaire Hospitaal in Parijs, waar hij ook is overleden. In 2003 werd op initiatief van de VS een akkoord gesloten, waarbij de zg. “Roadmap for Peace” werd uitgestippeld. Een aantal maatregelen diende door de Palestijnen en door Israël te worden genomen. Eén van die maatregelen die Israël moest nemen was het vrijlaten van Palestijnse gevangenen, terwijl Arafat zorg moest dragen voor de opsporing van terroristen en het uitschakelen van deze groepen die aanslagen pleegden op onschuldige Israëlische burgers. Daarnaast diende een regering gevormd te worden door de Palestijnen en Arafat moest zijn macht overdragen aan de officiële Palestijnse regering. In maart 2003 werd onder grote druk van de Amerikanen Abbas aangesteld als Premier, maar deze werd direct door Arafat onderuit gehaald, omdat Arafat de beslissingsbevoegdheid van de verschillende veiligheidsdiensten die nog onder zijn autoriteit stonden, niet wilde afstaan aan Abbas. Daarop nam Abbas ontslag, omdat hij zonder de zeggenschap over deze veiligheidsdiensten niet verder kon werken aan “de Roadmap for Peace”. Na lang twijfelen werd Qurei de nieuwe Premier, maar wenste dat de zeggenschap van de veiligheidsdiensten werd ondergebracht bij de minister van binnenlandse zaken. Ook dit keer weigerde Arafat zijn zeggenschap op te geven, waarna ook Qurei verklaarde dat hij niet langer Premier kon blijven en aangaf dat hij in november 2003 zou aftreden. Dit voornemen heeft hij niet uitgevoerd en hij bleef premier van de Palestijnse Autoriteit.
Hoe de politieke situatie met het verscheiden van Arafat zich nu zal ontwikkelen is zeer onduidelijk. Krijgen de extremisten, die een “heilige oorlog” tegen Israël voeren het nu voor het zeggen of zal de Palestijnse crisisregering zich kunnen handhaven en nu serieus beginnen met het ontmantelen van de door Arafat in stand gehouden terroristische groeperingen?Bron: www.i-cias.com www.nobel.se www.haaretzdaily.com
Deze vermelding wordt onderhouden door: Sion |